Voorwaarden

Om de Vlaamse woonlening te bekomen, dient men aan een aantal voorwaarden te voldoen. Deze voorwaarden worden in principe beoordeeld op de referentiedatum * .

WIE KOMT IN AANMERKING ?

Persoonsgebonden voorwaarden

Zowel gezinnen als alleenstaanden komen in aanmerking voor de door het Vlaams Woningfonds verstrekte Vlaamse woonlening.

Als gezin wordt beschouwd, twee of meerdere personen, die op duurzame wijze samenwonen en in dezelfde woning hun hoofdverblijfplaats hebben. Een alleenstaande is een alleenwonende persoon.

Als “aanvrager” wordt gezien de natuurlijke persoon of personen die de Vlaamse woonlening aanvraagt/aanvragen evenals de natuurlijke persoon of personen die het beleende onroerend goed zal/zullen betrekken met uitsluiting van kinderen ten laste.

Als “ontlener” wordt gezien de natuurlijke persoon of personen die zich verbinden tot de terugbetaling van de Vlaamse woonlening en het naleven van de andere kredietvoorwaarden. Elke aanvrager die eigenaar is of wordt van de woning waarop de Vlaamse woonlening betrekking heeft, ondertekent de kredietovereenkomst als ontlener. 1 De “referentiedatum” valt bij het aangaan van de Vlaamse woonlening samen met de datum waarop de storting van het voorschot op de dossierkost wordt ontvangen door het Vlaams Woningfonds. Bij de vijfjaarlijkse herberekening van de rentevoet valt de ‘referentiedatum’ telkens twee maanden voor de vijfjaarlijkse verjaardag van de kredietakte waarop de herberekening dient te gebeuren. Prospectus nr. 48 - 1 januari 2021 4 Voor algemene informatie: www.vlaamswoningfonds.be

De “referentiepersoon” is de aanvrager of de ontlener bij het aangaan van de Vlaamse woonlening.

Volgende personen worden beschouwd als “persoon ten laste”:

- het kind dat op de referentiedatum1 bij de referentiepersoon gedomicilieerd is en dat minderjarig is of waarvoor de kinderbijslag of wezenbijslag wordt uitbetaald;

- het kind van de referentiepersoon dat niet gedomicilieerd is bij hem, maar op regelmatige basis bij hem verblijft en dat minderjarig is of waarvoor de kinderbijslag of wezenbijslag wordt uitbetaald;

- de persoon die beschouwd wordt als ernstig gehandicapt of die op het ogenblik waarop hij met pensioen ging beschouwd werd als ernstig gehandicapt.

Inkomensvoorwaarden

Om in aanmerking te komen voor een Vlaamse woonlening mag op de referentiedatum1 het maximum toegelaten geïndexeerde inkomen, dat wordt vastgesteld op basis van de gezinssamenstelling en de ligging van het onroerend goed, niet worden overschreden.

Het “inkomen” is de som van:

- het gezamenlijk belastbaar inkomen en de afzonderlijke belastbare inkomsten;

- het leefloon;

- de inkomensvervangende tegemoetkoming aan personen met een handicap;

- de van belasting vrijgestelde beroepsinkomsten uit het buitenland of de van belasting vrijgestelde beroepsinkomsten die verworven zijn bij een Europese of internationale instelling ontvangen in het jaar waarop het laatste beschikbare aanslagbiljet (maximaal 3 jaar eerder) betrekking heeft.

Voor de bepaling van het hierboven vermelde gezamenlijk belastbaar inkomen wordt rekening gehouden met de reële eigen beroepsinkomsten.

Volgende inkomsten worden hierbij niet meegeteld:

- inkomsten van ongehuwde en niet wettelijk samenwonende inwonende kinderen, jonger dan 25 jaar op de referentiedatum1 , die vanaf hun meerderjarigheid onafgebroken deel hebben uitgemaakt van het gezin;

- inkomsten van inwonende familieleden van de referentiepersoon in 1ste of 2de graad die minimum 65 jaar zijn of die erkend zijn als ernstig gehandicapt.

De inkomsten van inwonende ascendenten (ouders, grootouders, enz.) van minder dan 65 jaar en inkomsten van inwonende ascendenten vanaf de derde graad van de referentiepersoon worden slechts voor de helft meegeteld.

Om in aanmerking te komen voor een Vlaamse woonlening mag het inkomen van de aanvrager op de referentiedatum1 niet lager zijn dan 9 817 EUR.

Indien het inkomen minder dan 9 817 EUR bedraagt, worden de inkomsten van de drie opeenvolgende maanden voorafgaand aan de referentiedatum1 , en geëxtrapoleerd naar twaalf maanden, in aanmerking genomen.

De vastgestelde inkomensgrenzen zijn vermeld in bijgevoegde tabellen “tarief kredietintresten”.

Eigendomsvoorwaarden

Uiterlijk bij de ondertekening van de kredietakte mag de aanvrager:

- geen woning, bouwgrond of kavel

  • volledig of gedeeltelijk in volle eigendom hebben;
  • volledig of gedeeltelijk in erfpacht of opstal hebben gegeven;
  • volledig of gedeeltelijk in vruchtgebruik hebben gegeven.

- geen volledig of gedeeltelijk recht van erfpacht, opstal of vruchtgebruik hebben op een woning, bouwgrond of kavel;

- geen zaakvoerder, bestuurder of aandeelhouder zijn van een vennootschap waarin hij zakelijke rechten zoals hierboven vermeld, heeft ingebracht.

Bovenstaande is niet van toepassing indien de aanvrager:

- een bouwgrond, kavel of een andere woning

  • gedeeltelijk in volle eigendom ten kosteloze titel heeft verworven;
  • waarop een recht van erfpacht of opstal is gegeven gedeeltelijk ten kosteloze titel heeft verworven;

- een recht van erfpacht, opstal of vruchtgebruik op een bouwgrond, kavel of een andere woning gedeeltelijk ten kosteloze titel heeft verworven;

- een sociale koopwoning aankoopt.

In deze gevallen moet de ontlener een jaar na het verlijden van de kredietakte voldoen aan de onroerende bezitsvoorwaarde vermeld in het eerste lid. Deze termijn kan mits gegronde redenen aangebracht door de ontlener worden verlengd. Als hieraan na een jaar of in voorkomend geval na de verlengde termijn niet is voldaan, wordt de Vlaamse woonlening voortgezet tegen de in de kredietovereenkomst vermelde referentierentevoet gebruikt bij het aangaan van de Vlaamse woonlening, verhoogd met 2 procentpunten op jaarbasis.

 

VOORWAARDEN BETREFFENDE DE WONING

De woning moet:

- gelegen zijn in het Vlaamse Gewest;

- hoofdzakelijk bestemd zijn voor bewoning. Indien de woning ook voor handelsdoeleinden wordt gebruikt dan moet de waarde van het gedeelte bestemd voor bewoning groter zijn dan de waarde van het deel bestemd voor handelsdoeleinden;

- beantwoorden aan de veiligheids-, gezondheids-, en woonkwaliteitsnormen die vastgesteld zijn in artikel 3.1. van de Vlaamse Codex Wonen;

- gedurende de ganse duur van de Vlaamse woonlening geheel door de ontlener bewoond worden.

De geschatte verkoopwaarde van de woning (cfr. bijlagen 1A,1B, 1C, 2A, 2B en 2C) mag bepaalde grenzen niet overschrijden. Deze verkoopwaarde is de waarde van het betreffende goed bij een vrijwillige verkoop ervan, met inbegrip van de grond en dient te worden geschat door het Vlaams Woningfonds of in opdracht ervan door een onafhankelijke deskundige. Er zijn hieraan geen schattingskosten verbonden.

SOLVABILITEITSVOORWAARDEN

De ontlener moet voldoende solvabel zijn om de Vlaamse woonlening te kunnen afbetalen. Dit wil zeggen dat op basis van het solvabiliteitsonderzoek moet blijken dat de maandelijkse inkomsten van de ontlener voldoende hoog zijn om na het betalen van alle schulden te voldoen aan de normale gezinsbehoeften.

Deze kredietwaardigheidsbeoordeling gebeurt aan de hand van een grondige screening met betrekking tot het terugbetalingsrisico conform de reglementaire solvabiliteitsvoorwaarden.

ALGEMENE VOORWAARDEN

Een minimum aan eigen middelen is noodzakelijk.

Op vraag van het Vlaams Woningfonds of zijn kredietbemiddelaar bezorgt de aanvrager alle noodzakelijke gegevens die de toekenningsvoorwaarden betreffen. Als de aanvrager deze gegevens niet bezorgt of als deze gegevens onjuist zijn, wordt de Vlaamse woonlening niet toegestaan.

Het Vlaams Woningfonds behoudt steeds het recht gemotiveerd de Vlaamse woonlening te weigeren.

Als tijdens de duur van de Vlaamse woonlening blijkt dat de ontlener te kwader trouw onjuiste of onvolledige verklaringen heeft afgelegd, wordt de Vlaamse woonlening vervroegd opgeëist.

* De “referentiedatum” valt bij het aangaan van de Vlaamse woonlening samen met de datum waarop de storting van het voorschot op de dossierkost wordt ontvangen door het Vlaams Woningfonds. Bij de vijfjaarlijkse herberekening van de rentevoet valt de ‘referentiedatum’ telkens twee maanden voor de vijfjaarlijkse verjaardag van de kredietakte waarop de herberekening dient te gebeuren.